Globaal rapport derde reeks organisatie-audits

Eind 2015 verscheen een eerste globaal rapport dat de bevindingen uit 44 organisatie-audits van 2014 en 2015 bundelde. Begin 2019 verscheen een tweede globaal rapport over 57 organisatie-audits van 2015 t.e.m. 2018. Het tweede rapport bouwde in grote mate verder op de bevindingen van het eerste rapport. De belangrijkste conclusies bleven immers overeind. Deze conclusies gelden ook nog steeds voor de 51 audits die werden uitgevoerd in de periode 2018 – 2019. Dit derde globaal rapport staat daarom vooral stil bij een aantal bijkomende bevindingen.

Voorpagina globaal rapport derde reeks organisatie-audits
Klik op de afbeelding om het globaal rapport te openen.
Globaal rapport

Deze bijkomende bevindingen zijn gebundeld in een globaal rapport.

In het globaal rapport wordt de aanwezigheid van acht decretaal verplichte instrumenten nagegaan. Het gaat om het kader voor organisatiebeheersing, de jaarlijkse rapportering over organisatiebeheersing, de afsprakennota, de deontologische code voor mandatarissen, het reglement voor klachtenbehandeling, de jaarlijkse rapportering over de ingediende klachten, de rapportering over het visum en de rapportering over het debiteurenbeheer.

Verder gaat het globaal rapport ook in op de eventuele impact van schaalgrootte op de beheersing van de organisatie.

Aanpak

De Leidraad Organisatiebeheersing is het referentiekader voor organisatie-audits. Deze audits gaan na of een organisatie over de sturings- en beheersinstrumenten beschikt om goed te functioneren. Vooral de managementprocessen en de ondersteunende processen komen aan bod, deze creëren immers de voorwaarden om de kernprocessen goed te kunnen uitvoeren.

Aan de slag

Hier vindt u ondersteunende instrumenten voor de uitvoering van een zelfevaluatie op basis van de Leidraad Organisatiebeheersing.

Daarnaast trof Audit Vlaanderen goede praktijken aan. Deze zijn te vinden in de databank van de goede praktijken.

 
Vaststellingen

De lokale besturen blijven met succes inspanningen leveren om hun werking te versterken. Toch is er nog steeds ruimte voor verbetering. Dit zijn de belangrijkse bevindingen van het globaal rapport:

  • In de audits waren amper de helft van de onderzochte decretaal verplichte instrumenten beschikbaar.
  • De instrumenten waarmee het management verantwoording aflegt over de uitvoering van taken, ontbreken het vaakst.
  • Kleine besturen (minder dan 10.000 inwoners) konden een stuk minder vaak dan grotere besturen de decretaal verplichte documenten voorleggen.
  • Het idee dat kleine lokale besturen vanzelfsprekend op alle vlakken een zwakkere organisatiebeheersing hebben, is niet correct.